teksten

Tommy Wieringa

Marja Zomer woont in een oude Urker kotter, de UK 120. Ze kocht hem in 2002 en knapte hem in zes jaar op. Daarvoor schilderde ze twaalf jaar lang bomen; erna schepen en havens. Vorige zomer heeft ze in haar ouderlijk huis in Lochem gelogeerd; nu schildert ze tuinen en lanen. Ze is snel verveeld, zegt ze, als ze het idee heeft dat het een trucje wordt, gaat ze wat anders doen. In haar atelier, Halkade 17, tegenover de visveiling van IJmuiden, luistert ze naar wfmu.org, een onafhankelijk, experimenteel radiostation, en schenkt thee in. Buiten denderen trucks van een veerboot. Haar doeken zijn groot, aan een ervan is ze nog bezig – een bos, donkere stammen, boven breekt het licht al door de bladeren. Dat ik niks van kunst weet, vindt ze niet erg.

Ze laat een stukje lezen dat Maarten de Reus over haar werk geschreven heeft, ook een kunstenaar. Ik zeg dat ik dat een heel goed stukje vind (het is ook een heel goed stukje, lees het maar). Een andere kunstenaar, Thorry Hringsson, schreef: ‘Your paintings are like a dream of a childhood world.’ Ook Thorry heeft gelijk. Ik ben terug in de havens van vroeger (mijn familie voer ook), op een tocht op de IJssel met een binnenvaartschip, in de bossen tijdens het schoolkamp, de tuin van een oudtante in de buurt van Bussum, of Zeist, ik weet het niet precies meer. Maar mooier is het, idyllischer, haast hoe je het had wíllen onthouden.

Als ik vraag of ze eerst foto’s maakt, knikt ze ja: ‘dat is bijna het meeste werk, fotograferen’ – net zo lang tot de compositie volmaakt is. De plekken die dicht bij haar staan wil ze zo mooi en geloofwaardig mogelijk weergeven. Bij de deur staan we nog een tijdje voor twee schilderijen, een ervan van haar eigen boot. Hoe langer je kijkt, hoe dieper het wordt. Een fijn, glimmend gelakt stuk hout; een lamp blijkt te branden; een rood-wit-blauwe vlag staat strak achter een kier. Onwillekeurig gaat mijn hand naar mijn kraag: bijna zet ik hem op. Als ik terugrij denk ik hoe Hollands ze zijn, haar schilderijen – de onderwerpen, de heldere kleuren, de manier van schilderen met al dat licht. Je kijkt ernaar, de zon gaat schijnen en de wind steekt op.

Carel Helder

Anderen over het werk van Marja:

De schilderijen van Marja Zomer gaan niet over slimme operationele strategieën, ze schildert niet in de waan van de dag. Haar kunst is vrij en onvervaard, trekt het eigen plan, en ‘hoe ze schildert’ heeft altijd te maken met ‘wat ze schildert’. In de tijd dat ze bomen schilderde was haar handschrift bijna liaanachtig en waren de verflagen vloeiend en stromend. Nadat ze een zeewaardige boot als atelier en woning betrok en de haven haar biotoop werd, begon ze schepen en loodsen te schilderen, en prompt verkloekte haar handschrift tot aan de bonkigheid van de dingen die je in een haven aantreft. Een stalen deur werd in een schilderij geschilderd zoals je een werkelijke stalen deur van verf zou voorzien.  Metalen wanden, katrollen, kranen, en scheepsdekken. Nog weer later, nu ze de buitengewone gefragmenteerde textuur van tuinen en lanen tot onderwerp van haar schilderijen heeft gemaakt verandert haar handschrift andermaal. De werken lijken nu opgebouwd uit een tot aan het pointillisme grenzende ‘dazzle’. Zo te schilderen is in niets verbonden met een enge opvatting over eigen stijl en handschrift, maar getuigt van de durf en lol om in alle opzichten achter het onderwerp aan te gaan, niet om iets te bewijzen, maar om te kijken waar het toe zal leiden.

Maarten de Reus

Your paintings are like a dream of a childhood world. They remind  me of the books of Jehova’s witness that I saw when I was young. A mythical representation of an ideal place.

Thorry Hringsson